By Nel

Facetuning

Op foto’s van vroeger zie ik een meisje met dun, wit, steil haar. Ik vond het vreselijk en wilde ruilen met mijn zus. Die had weerbarstige zwarte krullen en was tot mijn verbijstering verliefd op mijn melkboerenhondenhaar. Helaas moesten we het doen met wat we hadden. Natuurlijk was er in mijn ogen nog veel meer fout. Iedereen had wel iets wat ik ook wilde. Ik krikte mijn zelfbeeld op door te experimenteren met oogmake-up, een kettinkje op mijn voorhoofd, een oormanchet en een afrokapsel. Met vallen en opstaan kwam ik tot de conclusie dat ik er eigenlijk best mee door kon. 
Hoe zou het zijn als ik het over mocht doen? Zou ik – net als veel jonge meiden (en jongens) – aan facetuning doen? Voor de onwetenden onder ons: je neemt een selfie en gooit er een filter overheen. Je maakt je neus smaller, vergroot je lippen, haalt je sproeten, pukkels, moedervlekken en rimpels weg en maakt je tanden stralend wit. ‘Wow!’ roepen je vrienden en vriendinnen. Zie dan maar eens bij jezelf te blijven. Al die perfecte onlineplaatjes kunnen je behoorlijk onzeker maken. En in onze maakbare wereld is de volgende stap snel gemaakt. Steeds meer jonge vrouwen vragen de plastisch chirurg om het plaatje in het echt na te maken. Maar worden ze daar echt gelukkig van? 
Ik gun de opgroeiende generatie een zelfbeeld zonder sociale media. Met gesprekken over wie je bent en wat je wilt, over onvolmaaktheid en de kracht van zelfvertrouwen. De plastisch chirurgen kunnen hun brood vast wel met iets anders verdienen.

Met dank aan Emma Hoogland, student mediavormgeving, voor het maken van de game illustratie.