By Nel

Klagen

Of het nu over het weer, dat kat van de buren of over een krakkemikkig lijf gaat, ik heb een bloedhekel aan klagen. Al dat gejammer levert niks op. Totdat ik zondag niets vermoedend mijn werkkamer inliep. Overal lag water. Printer nat, bureau nat, vloer nat. In het plafond zat een gapend gat. Dat hoorde daar niet te zitten. Klagen was geen optie maar ik schoot wel in de stress. Nog niet zolang geleden hadden we opgelucht opgemerkt dat de vakkundig opgelapte dakgoot de hevige regenval goed had doorstaan. Dat was de goden verzoeken. ‘HELP’, piepte ik terwijl ik de hulptroepen belde. ‘Er is een stuk uit het plafond gepletterd en er loopt water over de muur.’ Ik riep nog net niet dat ik verzoop, maar zo voelde het beslist. Gewapend met vuilniszakken, afwasteiltjes en handdoeken gingen we de zondvloed te lijf. Ik bracht de computer in veiligheid en sjouwde met kletsnatte paperassen. Ook mijn traanklieren roerden zich. ‘Stel je niet aan’, beet ik mijzelf toe. ‘Miljoenen mensen hebben geen dak boven hun hoofd en jij klaagt over een lekkage? En hoe zit het met dat kasteel in Frankrijk dat je zo graag wilt opknappen? Denk je dat het daar niet lekt?’ Het hielp een beetje, maar niet genoeg. Ik vond mijzelf best zielig. Na twee doorwaakte nachten waarin ik droomde van overstromingen, drijvende boekenkasten en een huis dat instortte, legde een jonge god een noodverband in de dakgoot aan en was het leed voorlopig geleden. Nu eerst bijkomen en een flinke wandeling maken. Daarna door met opruimen. Dat waren we toch al van plan.Nel