By Nel

Pestvogels

Bij het fietstunneltje staat een legertje mannen en vrouwen. Gewapend met enorme telelenzen, verrekijkers en fototoestellen turen ze gespannen naar een kale boom. Het object van hun belangstelling zit behaaglijk op een tak. Kippig als ik ben denk ik dat het om een dikke duif gaat, maar dat is vloeken in de kerk. Het is een pestvogel. Je bent een geluksvogel als je hem ziet, want de pestvogel heeft zijn thuisbasis in het hoge noorden en komt alleen uit voedselgebrek onze kant op. Zijn naam dankt hij aan het feit dat men in de Middeleeuwen geheel onterecht dacht dat hij de pest verspreidde. 
Voorbijgangers vertragen hun pas of springen van hun fiets. Allemaal kijken ze naar het fraaie vogelmannetje dat al snel gezelschap krijgt van een vrouwtje. De turende groep zucht van verrukking. Dat hoort zo bij vogelaars, die raken in vervoering van bijzondere vliegbeesten. Ook maken ze lijstjes met nog te spotten exemplaren. Remco Daalder schetst in zijn boek ‘De Soortenjager’ hilarische taferelen van vogelaars die elkaar met een stalen gezicht de verkeerde kant opsturen om als eerste die zo gewilde vogel te kunnen afvinken. Deze vogelaars zijn aardiger. Een van hen vertelt over zijn hobby. Als het kan gaat hij eropuit. ‘Mijn vrienden vragen altijd waarom mijn vrouw en ik nooit op vakantiefoto’s staan’, zegt hij grijnzend. ‘Maar ik vind vogels leuker dan mensen.’ Even later is de pestvogel gevlogen en hoor ik hoog in de lucht roepen: ‘Heb jij een verrekijker te leen? Er staat een groep vreemde vogels bij het fietstunneltje!’